Op 1 januari 2021 is de startersvrijstelling bij de aankoop van een eigen woning ingevoerd.
In de slipstream van die vrijstelling is er een aangifteplicht ingevoerd die nog weinig aandacht heeft gekregen. In deze column ga ik in op die aangifteplicht en in welke situaties je daarmee te maken krijgt.

Wat is er gewijzigd?
Ondanks veel kritiek in de (fiscale) vakliteratuur is de startersvrijstelling overdrachtsbelasting op 1 januari jl. ingevoerd. Als iemand die jonger is dan 35 jaar een woning koopt en daar zelf gaat wonen, dan betaalt hij of zij geen overdrachtsbelasting. Daarnaast is één van de voorwaarden om die vrijstelling toe te kunnen passen dat je de vrijstelling nog niet eerder hebt gebruikt. Die voorwaarde is lastig te controleren voor de Belastingdienst omdat er bij toepassing van een vrijstelling overdrachtsbelasting geen plicht was een aangifte in te dienen. Om die reden is er op 1 januari jl. gelijktijdig ook een aangifteplicht ingevoerd bij toepassing van de startersvrijstelling. Het is dan voor de Belastingdienst terug te zien of iemand de startersvrijstelling al eerder heeft toegepast.

Breder bereik aangifteplicht
Je zou verwachten dat de aangifteplicht bij het toepassen van een vrijstelling beperkt is tot toepassing van de startersvrijstelling. Dat is niet het geval. De aangifteplicht geldt sinds 1 januari jl. voor elke toegepaste vrijstelling. Dat betekent dat je bij de aankoop van een onroerende zaak die is vrijgesteld van overdrachtsbelasting nu altijd aangifte moet doen.

Voorbeelden aangifteplicht
In veel gevallen maakt de notaris een akte op bij de overdracht van een onroerende zaak. Als er een vrijstelling van toepassing is, dan neemt de notaris de toegepaste vrijstelling in die akte op. Door registratie van die akte is dan ook voldaan aan de aangifteplicht. So far so good.
Bij overdrachten waarbij geen notariële akte wordt opgesteld en wél een vrijstelling van toepassing is, zal niet iedereen zich direct bewust zijn van de plicht te verzoeken om een aangifte overdrachtsbelasting.

Bijvoorbeeld bij de inbreng van een onroerende zaak in een samenwerkingsverband kan een vrijstelling van toepassing zijn. Vaak stellen adviseurs dan een onderhandse VOF-, of maatschapsovereenkomst op waarin de inbreng van de onroerende zaak is beschreven. De firmanten moeten dan naast die overeenkomst ook een aangifte overdrachtsbelasting indienen.
Ook bij bedrijfsopvolging of de verkrijging van fictieve onroerende zaken kan een vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing zijn, waarbij er nu een aangifteplicht geldt.

Bij het niet voldoen aan de aangifteplicht legt de Belastingdienst een verzuimboete op. Als er daarbij sprake is van een economische eigendomsoverdracht kan de boete oplopen tot maximaal € 5.514. Overigens betekent het niet of te laat aangifte doen niet dat de vrijstelling niet langer van toepassing is.

Conclusie
In verband met de voorwaarden die gelden voor de startersvrijstelling heeft de wetgever begrijpelijk een aangifteplicht ingevoerd bij toepassing van de vrijstelling. De aangifteplicht geldt nu ook voor alle andere situaties waarin een vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing is. Het is daarom van belang om bij transacties waarbij een onroerende zaak betrokken is, na te gaan of de notaris aangifte doet of dat je zelf nog actie moet ondernemen.