Het betalen van belasting vind je vast niet prettig. Erfbelasting is dan nog wel de meest vervelende belasting. Je hebt over het verdiende geld al belasting betaald, je hebt over het rendement en het vermogen belasting betaald en bij je overlijden betalen je erfgenamen ook nog een keer. Laat ik je helpen: na het lezen van deze blog weet je in ieder geval hoe je belastingheffing kunt besparen.

Eerste overlijden

Ik laat je graag kennismaken met Wim (73) en Margriet (68). Zij zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Ze hebben een eigen woning (Woz € 300.000) en spaargeld (€ 240.000). Ze hebben een zoon Marcel (43) en dochter Femke (41). Omdat deze blog over erfbelasting gaat, moet er ook iemand overlijden. Dat is Wim. Zijn erfgenamen zijn Margriet, Marcel en Femke. Hij heeft in zijn testament bepaald dat Margriet alle goederen krijgt (langstlevende testament).

Marcel en Femke erven ieder 1/3e van het vermogen van Wim. Het vermogen van Wim bedraagt de helft van het gezamenlijke vermogen: € 270.000. Marcel en Femke hebben dus ieder recht op € 90.000, maar alles gaat naar Margriet. Zij houden dus een vordering op hun moeder. In het testament heeft Wim bepaald dat Margriet haar schuld aan de Marcel en Femke pas bij haar overlijden hoeft af te lossen. Wel moet Margriet 6% rente betalen, maar ook die is ze pas bij haar overlijden verschuldigd.

Marcel en Femke moeten over hun verkrijging van € 90.000 ieder € 6.900 erfbelasting betalen. Margriet betaalt dat voor hen.

Belangrijke tip

De fiscalist van Femke geeft haar een belangrijke tip: leg de civielrechtelijke waarde van de vordering goed vast. Wie wat bewaart, bespaart immers belasting. Dat laat Femke zich geen twee keer zeggen. Ze vraagt aan de lokale makelaar wat het huis van haar ouders nu waard is. De makelaar schat in dat het minimaal € 390.000 zal opleveren. Femke rekent uit dat haar vordering op moeder dus € 390.000 + € 240.000 = € 630.000 x 1/2 x 1/3  = € 105.000. Dat is dus meer dan de fiscale waarde (€ 90.000) die ze voor de aangifte erfbelasting moet aanhouden. Samen met haar broer werkt ze dit netjes op een bijlage bij de aangifte uit en tekenen ze het document, samen met moeder, voor akkoord.

Tweede overlijden

Margriet overlijdt veertien jaar later. Haar vermogen is voor de eenvoud exact gelijk gebleven. De Woz van de woning is nog steeds € 300.000. Ook het spaargeld is op de euro hetzelfde. Het vermogen van Margriet bedraagt dan ook € 540.000. Marcel en Femke erven ieder € 270.000. Marcel kijkt sip en rekent voor dat ze daarover ieder bijna € 37.000 erfbelasting moeten betalen. “Maar”, zo merkt Femke op, “we hebben nog een vordering op moeder.” Deze was € 105.000 en daarover moet moeder nog samengestelde rente vergoeden. Wij hebben dus ieder een vordering op haar van € 237.395. Deze schuld mogen Femke en Marcel op hun verkrijging in mindering brengen. Er blijft dan zo’n € 32.000 over. Na de vrijstelling betalen zij ieder nog € 1.100 erfbelasting. Hadden zij met de “fiscale” schuld van € 90.000 gerekend, dan hadden ze ieder bijna € 3.400 meer erfbelasting moeten betalen.