Als directeur kun je jezelf belonen vanuit je B.V. Je ontvangt dan loon. Als aandeelhouder heb je recht op dividend. Waar moet of mag je voor kiezen? Wat zijn de juridische en fiscale spelregels? En bovenal wat is fiscaal het meest voordelig?

Loon en dividend: de juridische aspecten

Als directeur-grootaandeelhouder (hierna: DGA) heb je de zogenoemde twee petten op. Je bent bestuurder van de B.V. en voor deze werkzaamheden kan de B.V. je een beloning toekennen; dat is loon. De vergadering van aandeelhouders bepaalt je salaris. Het salaris en andere afspraken leg je vast in de arbeidsovereenkomst met je B.V.

De vergadering van aandeelhouders kan besluiten om dividend uit te keren. De wet verbindt daaraan voorwaarden. Als de vergadering het besluit voor een dividenduitkering genomen heeft, dan moet het bestuur dat besluit nog goedkeuren.

Loon en dividend: de fiscale gevolgen

De fiscale gevolgen van het uitkeren van loon of dividend zijn ook verschillend. Jouw loon als DGA is fiscaal aftrekbaar als een kostenpost bij de B.V. Over het ontvangen loon moet de B.V. loonheffingen inhouden en afdragen aan de belastingdienst. Het loon is belast tegen het reguliere inkomsten- en loonbelastingtarief (tarieven 2021):

  • 37,10% tot een inkomen van € 68.507
  • 49,5% over een inkomen van € 68.507 en hoger

Dividend is een uitkering van de winst. De belastingheffing over de winst verloopt als volgt.

  • 15% belastingheffing over winst van de B.V. tot € 245.000
  • 25% belastingheffing over winst van de B.V. boven € 245.000

Als je het bedrag dat als nettowinst overblijft na de genoemde belastingheffing in de B.V. uitkeert aan de aandeelhouder (dus aan jezelf) betaal je hierover 26,9% inkomstenbelasting. Daarmee komt de totale belastingheffing over een dividenduitkering op minimaal 37,87% en maximaal op 45,18%.

Loon of dividend: wat lijkt fiscaal gunstiger?

Een snelle conclusie zou dan zijn dat je bij een winst in de B.V. tot € 245.000 beter salaris kunt uitkeren dan dividend. Tot een salaris van € 68.507 is het belastingtarief van 37,10% immers lager dan de 37,87% over het dividend. Schijn bedriegt! De inkomstenbelasting kent namelijk ook heffingskortingen. Deze kortingen komen in mindering op je verschuldigde belastingheffing. De kortingen zijn inkomensafhankelijk. Ik heb het dan over de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Hoe hoger je inkomen, des te lager is jouw korting. De invloed van deze afbouw mag je niet onderschatten.

  • De algemene heffingskorting bouwt af met 5,977% vanaf een inkomen van € 21.043
  • De arbeidskorting bouwt af met 6% vanaf een arbeidsinkomen van € 35.652.

Loon of dividend: Wat is fiscaal nu optimaal?

Als DGA betaal je over jouw loon boven de € 35.652 belasting tegen een tarief van ruim 49%. Van iedere duizend euro bruto salaris boven dat bedrag houd je dus € 510 over. Een dividenduitkering is in dat geval ruim 11% voordeliger dan extra salaris. Je houdt van een winstuitkering van € 1.000 namelijk afgerond € 620 over. Als je als DGA je salaris van € 68.000 dus verlaagd naar € 48.000 kun je € 20.000 extra dividend uitkeren. Van dat dividend houd je € 12.400 over. Als het nog salaris was geweest had je ongeveer € 10.200 overgehouden. In dit voorbeeld bespaar je als DGA dus zo’n € 2.000 inkomstenbelasting.

Gebruikelijk loonregeling

Ik hoor je nu denken: “Maar ik kan mijn salaris toch niet zomaar verlagen?”. Dat klopt. Je hebt als DGA te maken met de gebruikelijk loonregeling, maar deze regeling biedt de ruimte om je salaris onder bepaalde voorwaarden te verlagen. Dat zit zo. De wet schrijft voor dat je als DGA je salaris moet vaststellen op het hoogste van de volgende drie bedragen:

  • 75% van het loon uit een meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • Het hoogste loon van een werknemer in dienst bij jouw B.V. of één van de dochtermaatschappijen, of
  • € 47.000

De gebruikelijk loonregeling biedt ook de ruimte om aan de hiervoor genoemde bepaling te ontsnappen. Je hebt als DGA, onder voorwaarden, de mogelijkheid om jezelf een lager gebruikelijk loon toe te kennen. Je mag je salaris namelijk vaststellen op het salaris dat iemand in loondienst verdient van wie de functie en de werkzaamheden het meest vergelijkbaar zijn. De bewijslast van dit lagere salaris ligt bij jou. Je moet hiervoor dus wel (markt)onderzoek doen naar marktconforme salarissen voor jouw functie. De uitkomsten van dit onderzoek leg je ter onderbouwing van het lagere gebruikelijke loon vast in je (digitale) dossier. Met een goede onderbouwing geniet je van een jaarlijks terugkerend belastingvoordeel. Dat laat je toch niet liggen?