Het is zo’n tien jaar geleden dat de financiële bankcrisis begon. In de crisisjaren en de daaropvolgende jaren van herstel openbaarden zich fiscale flaters. Door verkeerde beslissingen liep het voor sommige bedrijven zelfs fataal af. Ze hadden de juridische bedrijfsstructuur uit het oog verloren, fiscale voordelen verspeeld, aansprakelijkheid binnengehaald en zelfs belastingheffing gecreëerd.

Als je deze bijdrage hebt gelezen kun je fiscale flaters voorkomen, sta je juridisch sterker en weet je hoe je fiscaal de meeste voordelen kunt behalen. Ik deel vijf veelvoorkomende fiscale flaters met je. In mindere tijden zijn ze snel gemaakt. Wees voorbereid en doe hier je voordeel mee.

1. Voorkom belastingheffing
Het lijkt een open deur, maar we trappen er massaal in. Voor veel ondernemers was 2019 een goed jaar. Iedere ondernemer weet dat daar ook een passende belastingaanslag bij hoort. Je bent nu druk om je bedrijf gezond te houden, dus er is minder tijd voor boekhouding en belastingen.

Trap niet in deze valkuil. Ik begrijp dat je als ondernemer vooruit wilt kijken. Dat mag, maar kijk dan naar de naderende aanslag over 2019. Ga met de fiscale positie 2019 aan de slag en voorkom zoveel mogelijk belastingheffing over 2019. Wees voorzichtig met winstneming, kijk kritisch naar je vorderingen, je debiteuren en de waarde van je bedrijfsmiddelen en voorraden. Tref voorzieningen daar waar mogelijk. De afgelopen jaren lieten we dit (terecht) vaak liggen. De advies- en administratiekosten wogen niet tegen het voordeel op.

Alle heffing die je nu uitstelt leidt op korte termijn tot minder afdracht van vennootschapsbelasting. Afhankelijk van de resultaten in de toekomst voorkom je de belastingheffing. Maak een fiscaal plan. Begin daar nu mee. Belasting besparen is immers plannen!

2. Neem afscheid van het gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon is misschien wel de grootste fiscale flater van de vorige crisis. Hoe kwam dat? Ik neem je mee in een simpel voorbeeld. De ondernemer heeft een eenvoudige structuur: actieve vennootschap waarvan de aandelen in eigendom zijn van een persoonlijke holding. De ondernemer heeft als DGA alle aandelen in de holding. Dan gaat het financieel slecht en de onderneming heeft al het geld nodig om te overleven. Daardoor kan de holding het salaris niet uitbetalen. De loonbelasting moet hij wel afdragen. Stoppen kan niet,  want “iedereen” zegt dat de DGA een verplicht gebruikelijk salaris van € 46.000 moet genieten.

Op papier krijgt de DGA dus salaris, maar op zijn bankrekening komt geen euro binnen. De DGA krijgt dus een (loon)vordering op zijn holding. Na drie jaar is deze opgelopen tot € 80.000 en blijkt dat de vennootschap de schuld van € 80.000 niet kan aflossen. De DGA wil de vordering ten laste van zijn fiscale inkomen afwaarderen. Hij heeft er immers al belasting over betaald. Nu hij uiteindelijk niets krijgt, zou hij de belasting toch ook terug moeten krijgen?

De inspecteur staat de afwaardering niet toe. Het is een zogenaamde onzakelijke vordering. De DGA staat letterlijk met lege handen: de verliezen in de vennootschap kan hij alleen in de toekomst verrekenen en afgedragen loonbelasting krijgt hij niet terug. Deze DGA heeft belastingheffing gecreëerd.

Hoe voorkom je dat dit ook jou of jouw klant overkomt? Houd een vergadering van aandeelhouders en stel vast dat de DGA (bijna) geen werkzaamheden voor de vennootschap verricht. Bepaal in die vergadering dat hij derhalve per direct geen salaris meer krijgt. Verricht de DGA nog wel werkzaamheden? Kijk dan of het salaris niet te hoog is.

Over het fiscale salaris van de DGA doen veel verhalen de ronde. De meeste zijn gedateerd, net zoals fabels en sprookjes dat zijn. Kijk kritisch naar het salaris van de DGA. Er is vaak heel veel mogelijk.

3. Stop de managementfee
Als DGA wil je in moeilijke tijden je salaris stopzetten of verlagen. Vaak is er sprake van een managementstructuur. De DGA is in dienst bij de holding en de holding stelt de DGA als manager aan de werkmaatschappij ter beschikking. De werkmaatschappij betaalt aan de holding een vergoeding: de managementfee. Als de DGA minder gaat werken of in het geheel stopt, dan zal de werkmaatschappij ook minder of geen managementfee meer betalen. Zorg dat deze dan ook ophoudt. In het verleden zag ik vaak dat de managementfee wel werd berekend, maar slechts deels of helemaal niet werd uitbetaald. Er ontstaat dan een vordering van de holding op de werkmaatschappij. Omdat de managementfee hoger is dan het salaris, ontstaat er in de holding winst en moet de vennootschap belasting betalen. In werkmaatschappij vergroot de fee het fiscale verlies, maar of dat verlies ook tot een directe belastingteruggave leidt?

Als de holding de vordering op de  werkmaatschappij niet kan innen, kan zij de vordering dan ten laste van haar fiscale winst afwaarderen? Het antwoord zal meestal “nee” zijn. Misschien dat het verlies in de (verre) toekomst bij een liquidatie van de werkmaatschappij verrekenbaar is.

4. Beperk je aansprakelijkheid
Je bent aansprakelijk voor je eigen schulden. Daar zal niemand van opkijken. Dat je ook aansprakelijk kunt zijn voor andermans schulden is vaak een verrassende en vervelende ervaring. In het fiscale recht kennen we vele vormen van aansprakelijkheid. Veel ondernemers zijn bekend met de inleners- en ketenaansprakelijkheid. Desalniettemin zien we ondernemers (al dan niet per ongeluk) onnodige risico’s nemen. Na jarenlange samenwerking gaat het uitzendbureau onder de nieuwe eigenaar failliet. De belastingdienst komt de niet afgedragen loonheffing bij de inlenende horecaondernemer opeisen. Dat soort aansprakelijkheden moet je vooraf voorkomen. Hoe heb je dat op dit moment geregeld?

Veel bedrijven hebben verschillende vennootschappen die tot een groep behoren. Het komt voor dat deze vennootschappen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen. De verliezen van de ene vennootschap zijn dan te verrekenen met de winsten van de andere vennootschap.

In de praktijk blijkt dat de fiscale eenheid geen direct nut heeft en dat de fiscale eenheid er is omdat het nu eenmaal zo is. Wat veel ondernemers niet weten, is dat de ontvanger van de belastingdienst de loon- en omzetbelasting binnen een fiscale eenheid (voor de vennootschapsbelasting) mag verrekenen. Stel dat een vennootschap recht heeft op een teruggave van omzetbelasting, terwijl haar zustervennootschap loonbelasting moet afdragen. De zustervennootschap zit in zwaar weer en kan de loonbelasting niet betalen. Als zij een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen, dan mag de ontvanger de teruggave omzetbelasting verrekenen met de niet afgedragen loonbelasting van de zustervennootschap. Waarom had je juist verschillende BV’s opgericht en je activiteiten verdeeld? Juist ja! Haal dan met de onnodige fiscale eenheid niet allerlei risico’s (aansprakelijkheden) binnen. Onderzoek de gevolgen van het verbreken van de fiscale eenheid en neem er dan afscheid van.

Een bijzondere aansprakelijkheid geldt voor de DGA die met een (werk)maatschappij deelneemt in een vof of maatschap. Dat klinkt heel ingewikkeld en uitzonderlijk, toch komt dat regelmatig voor. Denk hierbij aan tijdelijke samenwerkingen (horeca voor een dorpsfestijn, aannemers voor een bouwproject), maar ook langdurige samenwerkingen zien we regelmatig (accountants die met hun beroepsvennootschappen een maatschap vormen).

Voor de loon- of omzetbelastingschuld van de samenwerking is de bestuurder aansprakelijk. Als de samenwerking haar loonbelasting niet kan voldoen, dan kan de ontvanger de bestuurder aansprakelijk stellen. Het aandeel in de samenwerking is daarbij niet relevant. Wees bewust van deze mogelijkheid en pas zo nodig de structuur aan. Wees er dan van bewust dat niet alleen de BV die in de samenwerking participeert aansprakelijk is, maar ook de bestuurder(s) van die BV in privé.

5. Schoon onderlinge schulden en vorderingen op
De DGA betaalt de gezinsvakantie per ongeluk met de betaalrekening van de werkmaatschappij. Er ontstaat een vordering van de werkmaatschappij op de DGA. Eén voorbeeld van hoe het in de praktijk soms gaat. Ik zie balansen vol met onderlinge schulden en vorderingen. De werkmaatschappij keert haar winst aan de holding uit, maar daar ligt (nog?) geen formeel dividendbesluit aan ten grondslag. Dat is dus een vordering. De DGA leent alvast wat geld van de holding, zodat de holding een vordering op de DGA heeft. De schuldeiser van de werkmaatschappij hoeft niet eens faillissement aan te vragen. Hij kan de vordering op de holding uitwinnen, bijvoorbeeld door de vordering van de holding op de DGA op te eisen. Kortom, de schuldeiser loopt dwars door de juridische structuur naar de privéwoning van de DGA.

Zorg dus dat je dit soort verhoudingen opschoont. Dat kan met een kasrondje, maar als het geld er niet is dan kan het ook juridisch. Denk daarbij aan het uitkeren van dividend, het storten van kapitaal of het overdragen van vorderingen (cessie). Boekhoudkundig kan dat eenvoudig. Wil je het juridisch ook juist doen, dan moeten daar ook besluiten en overeenkomsten aan ten grondslag liggen. Zorg dus dat je je overeenkomsten van cessie op orde hebt en dat de notulen van de AVA opgesteld en getekend zijn.

WP Feedback

Dive straight into the feedback!
Login below and you can start commenting using your own user instantly