Je hebt het zekere voor het onzekere genomen: een belastingadviseur verzorgt voor jou je aangifte inkomstenbelasting over 2017. Je voorziet hem van alle informatie en wacht gespannen op de uitkomst. Het nut van de adviseur word je al snel duidelijk. Jij dacht dat je een paar duizend euro belasting moest betalen, maar de adviseur komt met een aanzienlijk lager bedrag. Je bent verbaasd over het grote verschil. Vertrouwend op de kennis en de ervaring van je adviseur geef je toestemming de aangifte in te dienen. Na enkele weken ontvang je de definitieve aanslag.

Een vergrijpboete!
Het is bijna twee jaar later als de inspecteur je vragen stelt over je aangifte 2017. Je adviseur belt en mailt met de belastingdienst. Daarna ontvang je de aankondiging van een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2017. Je moet € 6.000 betalen. De inspecteur stelt dat je zelf heel goed wist dat die aanslag niet goed kon zijn. Hij legt een vergrijpboete van 50% (€ 3.000) op. Is de boete terecht? De inspecteur heeft natuurlijk wel een beetje gelijk, maar moet je dan zo’n hoge boete accepteren?

Moet je de boete accepteren?
Een terechte vraag. Het antwoord hierop luidt: nee, de inspecteur mag geen boete opleggen. Hierop is slechts een bijzondere uitzondering van toepassing. Ik zie dit in de praktijk veel mis gaan en leg je graag uit waarom je de boete moet aanvechten.

Vertrouwen op je adviseur
Als je een belastingadviseur inhuurt heb je zelf waarschijnlijk geen verstand van de fiscale regels. Je vertrouwt op je adviseur. Dat betekent dat je zelf geen bemoeienis meer met de aangifte hebt en deze ook niet meer controleert.

Als de inspecteur een vergrijpboete wil opleggen, moet je te weinig belasting hebben betaald. Maar dat is niet alles. Want het feit dat je te weinig belasting hebt betaald, moet aan jou verwijtbaar zijn. Daarbij moet je ook nog eens opzettelijk of met grove schuld gehandeld hebben. Dat zijn hele serieuze begrippen die uit het strafrecht komen. Een inspecteur moet een boete heel zorgvuldig afwegen en beoordelen. Vaak gaat het gesprek dan ook over de opzet of grove schuld. Voordat je daar aan toekomt, moet je wel beoordelen of de te weinig betaalde belasting wel aan jou te verwijten valt. Had je daarvoor nu niet juist een adviseur ingehuurd?

Wat zegt de Hoge Raad?
Wim en Margriet verzorgen zelf hun drie gehandicapten kinderen. De kinderen hebben recht op persoonsgebonden budget (PGB) en gebruiken dit om hun vader  Wim als zorgverlener in te huren.  Dit geven ze ook zo door aan het zorgkantoor. Per kalenderjaar ontvangt vader zo’n € 70.000. Wim verkeert in de veronderstelling dat hij hierover belasting moet betalen. Hij brengt ieder jaar al zijn gegevens naar zijn boekhouder. Deze boekhouder verzorgt voor hem de aangifte inkomstenbelasting. Tot zijn verbazing hoeft hij geen belasting over de ontvangen PGB af te dragen. De inspecteur stelt de aanslagen definitief vast.

In november 2016 legt de inspecteur over 2010, 2011 en 2012 navorderingsaanslagen op. Wim en Margriet moeten alsnog belasting over de PGB betalen. De inspecteur legt ook boetes op. Het gaat om ruim € 25.000 boete. Wim voelt zich best schuldig. Hij had vergoedingen ontvangen voor de zorg die hij had verleend. Hij had ervoor gewerkt. Dan was het toch logisch dat hij daarover belasting moest betalen. Hij vond het opmerkelijk dat zijn adviseur daar niets mee deed.

De rechtbank vond de boetes niet terecht. In hoger beroep vond het gerechtshof de boetes wel terecht. Want, zo stelde het gerechtshof, Wim had de aangifte wel enigszins mogen controleren. Hij kan dan wel een adviseur inschakelen, maar bij dit soort grote bedragen had hij wel moeten opletten. Wim had niet voor niets de stukken aan zijn adviseur gegeven. Hij dacht zelf ook dat hij er belasting over moest betalen. Toen hij de aangifte kreeg had hij eenvoudig kunnen vaststellen dat het inkomen niet aangegeven was. Het was namelijk een zeer groot deel van zijn totale inkomen.

Vervolgens is de Hoge Raad er heel kort over. Wim heeft zich laten bijstaan door een adviseur die hij voor voldoende deskundig mocht houden en aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet hoefde te twijfelen. Dan is er geen reden om van Wim te verwachten dat hij zichzelf in de inhoudelijke aspecten van op de hem toepasselijke belastingregelingen verdiept. Met andere woorden: Wim hoefde van de Hoge Raad de aangifte niet te controleren. Hij mocht op zijn adviseur vertrouwen. De boetes gaan volledig van tafel.

Daarmee is Wim natuurlijk heel blij. Maar de Hoge Raad heeft nog meer goed nieuws voor Wim. Het enkele feit dat Wim wist dat de inkomsten belast waren, brengt nog niet mee dat hij moest nagaan of de adviseur dat juist in de aangifte had verwerkt. De Hoge Raad slaat een arm om Wim heen en stelt hem gerust: hij hoeft zich niet schuldig te voelen.

Nooit een boete meer?
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Bijzondere situaties waarbij de inspecteur een boete op kan leggen. Ook als er een adviseur is. In zijn algemeenheid geldt dat de inspecteur daarbij een hele moeilijke positie heeft. Ga dus tijdig tegen de boete in bezwaar en schakel waar nodig onze hulp in. Het maakt daarbij echt niet uit dat je je (of je adviseur) schuldig voelt.

Bron: Hoge Raad 28 februari 2020; ECLI:NL:HR:2020:254

WP Feedback

Dive straight into the feedback!
Login below and you can start commenting using your own user instantly