De onderwijsvrijstelling in de btw is niet altijd helder

Tijdens de vakantieperiode trok een uitspraak van Rechtbank Gelderland mijn aandacht. Is het ontwikkelen, nakijken en verwerken van examens onderwijs voor de BTW? De Rechtbank vindt van niet, maar wanneer is de onderwijsvrijstelling in de BTW dan wel van toepassing? Is een typecursus onderwijs waarvoor de vrijstelling? Op deze vragen ga in deze column verder in.

Onderwijsvrijstelling
De onderwijsvrijstelling is kort gezegd van toepassing op:
• wettelijk geregeld en algemeen vormend onderwijs;
• beroepsonderwijs als de aanbieder is ingeschreven in het Centraal Register Kort BeroepsOnderwijs;
• taalonderwijs;
• onderwijs in muziek, dans, drama, beeldende vorming en circustechnieken aan leerlingen tot 21 jaar.
In de praktijk kom ik toch regelmatig situaties tegen waar de wet, het beleid en de rechtspraak nog geen duidelijkheid voor geeft. Hierna noem ik er twee.
Casus Rechtbank Gelderland
In de procedure bij Rechtbank Gelderland ging het om een BV die examens ontwikkelde, nakeek en verwerkte. Omdat er geen sprake was van kennisoverdracht, was het geen onderwijs. Daar waren de BV en de inspecteur het over eens. Het begrip onderwijs is voor de BTW uitgebreid met ‘het afnemen van examens’. De BV vond dat ook haar diensten onder deze uitbreiding vielen. De Rechtbank legt het ‘afnemen van examens’ strikt uit. Aangezien de examens niet door de BV werden afgenomen, kan de BV volgens de Rechtbank geen beroep doen op die uitbreiding. De Rechtbank geeft in haar oordeel nog wel ruimte voor hoger beroep, dus het is afwachten of de BV met deze casus naar het Gerechtshof gaat.
Typecursus
U kent het waarschijnlijk nog wel van de basisschool. Na of tijdens schooltijd kon u een typecursus volgen. Basisscholen hebben daar vaak niet de middelen of kennis voor en schakelen dan een organisatie of docent in die een typecursus aanbiedt voor de leerlingen. In het huidige digitale tijdperk is kunnen typen (of swypen) naar mijn mening essentieel binnen het onderwijs en de latere werkomgeving. Er is dan sprake van algemeen vormend onderwijs. Ik heb daarom in een discussie met de Belastingdienst betoogt dat de vrijstelling van toepassing is op de typecursussen.

Doordat de cursussen vaak facultatief zijn en betaald door (de ouders van) de leerlingen, is het niet glashelder of de onderwijsvrijstelling van toepassing is. Ik begreep dat er ook in het land door de Belastingdienst verschillend mee wordt omgegaan. De welwillende inspecteur die ik trof, werd daarom door collega’s teruggefloten. Deze onzekerheid en verschil in concurrentiepositie van aanbieders is niet wenselijk. Met de ambitie om als Nederland een kennisland te zijn zou er toch budget moeten zijn om óf kinderen op de basisschool typeles te geven waardoor er geen discussie meer is of typecursussen integraal vrij te stellen zoals dat ook bij taalcursussen geldt.

Conclusie
De toepassing van de onderwijsvrijstelling in de BTW is niet altijd even helder. Rechtspraak is er om dat nog verder uit te kristalliseren, maar bijvoorbeeld bij typecursussen kan een relatief eenvoudige wijziging in beleid zorgen voor toepassing van de vrijstelling en daarnaast wellicht ook voor een nog hoger kennis- en vaardigheidsniveau van kinderen op de basisschool.

Deze column is eerder gepubliceerd op www.nextens.nl

SHARE IT:

Related Posts

Comments are closed.